Brem

Romantisch rood luidt bloeiseizoen in

Rozerode bloemen in geurige losse trossen die elke tuin iets wilds en juichends geven. Als de brem bloeit, is het voorjaar écht begonnen.

De uitstraling van brem (wetenschappelijke naam: Cytisus scoparius) wordt slechts gedeeltelijk bepaald door de lange, dunne, buigzame, groenblijvende twijgen. Het zijn vooral de grote zachtrode bloemen die massaal aan de struik verschijnen die het zo'n uitgelaten lentebloeier maken. De bloemen hebben een zoete honingachtige geur en veranderen in het najaar in zwarte peulen. De struik kan tussen de 60 centimeter en 2 meter hoog worden en bloeit in mei en juni. En soms, als hij een dolle bui heeft, in september en oktober nóg eens.  

Pionier van de zandgrond

Brem hoort bij de vlinderbloemenfamilie, een geslacht met ongeveer 50 soorten. De struik groeit vooral in Europa en verder in gematigde streken. Daar gedijt hij op hellingen, bermen, langs spoorwegen en bosranden, maar ook in de duinen – het is er eentje die zich makkelijk handhaaft op schrale grond. Als het hoogzomer is, knallen de peulen met een knappend geluid open en schieten de zaden weg, zo zaait brem zichzelf uit.

Trivia

  • De wetenschappelijke naam Cytisus komt van kutisos, Grieks voor 'klaver', waar brem in de verte een beetje op lijkt.
  • Van de twijgen van brem werden vroeger bezems gemaakt: in het Engels heet de plant 'broom' (bezem).
  • Brem is het symbool van het koninklijke huis Plantagenet dat van 1154 tot 1485 over Engeland regeerde.