De drie lievelingetjes van Katie Scott

Een oudje, een ongewone en een verrassend soort

We kunnen en willen niet meer om Katie Scott heen. Deze Engelse illustratrice brengt de botanische wereld op een vernieuwende en vervreemde manier in beeld. Dankzij haar passie voor het illustreren van planten, wordt haar groenkennis groter en groter. Evenals de privécollectie in haar appartement in Londen.

Jungle-appartement

Haar planten geeft ze geen naam, want het zijn er al te veel om te onthouden. Maar ze gaat wel een relatie met hen aan. Ze onderhoudt ze als de beste. Op gevoel. En dat werkt voor haar. Ze vertelt ons over haar jungle-appartement en haar drie lievelingetjes. Die ze net zo lief ziet als die andere groene groeiers natuurlijk.

Katie Scott - Mooiwatplantendoen.nl

Katie: “Ik vind kamerplanten reuze interessant. Hoe je een relatie met ze kan onderhouden en hoe ze op hun eigen manier groeien in een ruimte. Veel Engelsen houden van tuinieren, maar ik heb geen tuin. Mijn huis is een gelijkvloers appartement en het heeft mij een paar jaar gekost om erachter te komen welke planten het beste in mijn huis passen."

Lelijk is leuk

"In mijn appartement zoeken mijn planten hun eigen weg. Ik heb bijvoorbeeld een cactus die een bizarre vorm heeft aangenomen doordat hij zijn eigen weg zoekt in mijn huis en groeit naar het licht. Eigenlijk is hij gewoon heel lelijk, een beetje raar, maar dat vind ik juist heel leuk. Ik hou van een beetje gekke planten."

Planten tot aan het plafond

"Ik vind mijn kamerplanten op z’n mooist als ze een tijdje in mijn huis gevestigd zijn. Planten die al een beetje op leeftijd zijn. De gecultiveerde look is niet zo aan mij besteed. Het liefst zie ik ze groeien zoals ze dat ook in de natuur doen. Daar concurreren ze met elkaar en groeien ze alle kanten op. Mijn droom is dan ook dat de planten in mijn huis tot het plafond reiken en vervolgens zijdelings gaan groeien, met de ruimte mee. Mijn eigen jungle in de stad."

Als we Katie vragen wat haar drie lievelingsplanten zijn, geeft ze aan het moeilijk te vinden om een keuze te maken. Maar in ieder geval is ze nogal uitsproken over en dol op de volgende drie groentjes:

Dino-plant

"Een plant die absoluut bij mijn favorieten hoort is de Kalanchoe Moeder-van-Duizenden. Ik heb er ooit eens een gekocht bij een tuincentrum en ze maakt intussen allemaal spruiten aan. Ze ziet eruit als een plant die niet meer bestaat. Een beetje ‘jurrasic’, een soort van dinosaurus. Ik vind haar prachtig in de oude pot met alle babies. Al maakt ze er wel een beetje een zooitje van."

Ongewone orchidee

"De Jewel Orchid kocht ik ooit in een plantenwinkel. Ik wist niet wat voor soort orchidee het was, maar ze zag er wat ongewoon uit. De vorm van de bladeren en stengels vond ik fascinerend, evenals de gelaagde groene en paarse kleuren. Orchideeën zijn typisch planten waar mensen buitengewoon gepassioneerd over kunnen zijn. Ik hoor vaak zo veel regels waar je je aan zou moeten houden om ze goed te verzorgen. Ik improviseer maar een beetje. Ik kijk goed naar hoe de plant reageert op hoe ik haar verzorg. Inmiddels weet ik dat de mijne gaat bloeien als ze ietwat droog is. Nu heeft ze een rustperiode en kijk ik verwachtingsvol uit naar het moment dat ze weer gaat bloeien."

Verrassende varen

"Deze varen heb ik ooit gekocht bij een winkeltje op de hoek. Ik dacht dat ik wist hoe een varen eruit zag, totdat ik deze Fallax varen tegenkwam. De bladeren hebben hele grappige uiteinden, dus ik was al snel verkocht. De plant is supermakkelijk in de verzorging. Hij groeit prima in een wat donkerder plekje in mijn huis en ik vind het mooi om ‘m met de tijd mee te zien groeien."


Ze sluit af door met ons te delen: "Een leven zonder bloemen en planten kan ik me niet voorstellen. Niet alleen omdat ik ze illustreer, maar ook omdat ik het nodig heb om me te omringen met bloemen en planten. Ik hou ervan om ze te verzorgen en die relatie met ze aan te gaan. Een leven zonder bloemen en planten lijkt me vreemd en deprimerend."

Hier bekijk je de mini-docu over Katie en hier lees je meer over haar boek.