Vleesetende planten

Mooi maar meedogenloos

Hap, slik, weg. Vleesetende planten, of vleeseters, lokken met hun kleurrijke en grillige uiterlijk spinnetjes en insecten. Vervolgens vangen en verteren ze deze sappige beestjes op slinkse wijze. Het motto van deze woonplanten? Mooi, meedogenloos en zeker niet voor watjes.

Vleesetende planten (Vleeseters)

Ze hebben namen als Dionaea muscipula, Sarracenia, Drosera en Nepenthes, de carnivoren op je vensterbank. Deze Vleesetende planten lokken hun prooien met hun geur en kleur, om ze vervolgens te vangen en te verteren. Dionaea of de Venusvliegenvanger gebruikt daarvoor vangbladeren, die supersnel dichtslaan. Bij de Drosera blijven insecten kleven aan de bladeren met tentakels. De Sarracenia en Nepenthes doen het weer anders en hebben een soort beker waarin ze insecten vangen. Tipje: laat de vallen van Vleesetende planten niet dichtslaan met je vinger. Dit kost de plant namelijk veel energie zonder dat hij daar een maaltijd voor terug krijgt. Bovendien kan een val zo’n zes keer open en dicht voordat hij sterft. Als je de planten toch graag in actie ziet, serveer ze dan een insectje. Vinden kinderen ook leuk om te doen!

Vleesetende planten en het moeras

In het wild leven Vleesetende planten in gebieden met een stikstofarme bodem, zoals moerassen. De planten komen overal ter wereld voor, maar je loopt ze niet zo snel meer tegen het lijf want ze zijn vrij zeldzaam. Mocht je er trouwens op reis wel een tegenkomen, wees dan niet bang: Vleesetende planten bijten niet.